9250
Vanaf
70
Vermogen
57.5
Koppel
201
Gewicht
Met de gloednieuwe Atlas 585 begeeft Norton zich op een terrein waar ze zich nog niet eerder begeven hebben, tenminste, in de meest recente bedrijfsvorm. De lichte allroad met paralleltwin meldt zich dan ook als totale nieuwkomer in het zéér concurrerende middenklasse adventuresegment. Maar, bij het nieuwe moederbedrijf TVS is al wel veel ervaring met het maken van goede motoren voor weinig geld.
Het is momenteel onmogelijk om een testverslag van Norton te schrijven zonder de historie van het motormerk héél kort te benoemen. Dus: Het Engelse Norton bestaat al sinds 1889, kende vele hoge pieken en diepe dalen om (na een knallend faillissement) halverwege 2020 in handen van het Indiase TVS te komen. TVS verkoopt jaarlijks miljoenen (!) motoren in eigen land en werd daarbuiten vooral bekend als partner van BMW Motorrad. Daarvoor bouwt het momenteel de F450GS. Technisch lijkt de Atlas dan ook héél sterk op dat laatste BMW model; het is afkomstig van dezelfde Indiase productielijn met zeer grote overeenkomsten qua rijwielgedeelte en motorblok; zo’n 70 tot 80 procent van de technische basis is hetzelfde.
Atlas, Apex, Atlas GT
Norton schat de Atlas vooral in als een straatmotor, waarmee ook wel offroad gereden kan worden, naar eigen zeggen met een 80/20 verhouding. Later komt er nog een Atlas GT, die 100% op de straat is gericht, met twee 17 inch wielen in plaats van het 19 inch voorwiel van de Atlas die nu wordt gelanceerd. We rijden op IJsland dan weer met de Atlas Apex, dat is de 1275 euro duurdere variant daarvan. Daarvoor krijg je een andere ABS unit met gecombineerd remsysteem en vehicle hold, bochtenverlichting, bagagerek, handvatverwarming, verstelbaar windscherm, TPMS bandenspanningsmeters en meer keuze qua kleuren. Daarvan lijkt vooral de verstelbare ruit een must-have die je op het basismodel echt zal missen.
Afwerking
De Atlas ziet er mooi en strak uit, met een zeer mooie afwerking voor de grote kuipdelen en tankcover. De engineers zeggen dan ook erg lang bezig geweest te zijn met deze ‘surfacing’ en dat is duidelijk goed gelukt. Rondom het niet afgedekte motorblok oogt het iets rommeliger, met nogal wat kabels, ruwe boutjes en ongebruikte bevestigingspunten. De knoppen op het stuur zijn heel mooi gemaakt met verlichting erachter en het TFT dashboard is van hoge kwaliteit, inclusief OverThe Air updates via een ingebouwde simkaart. Als geheel scoort de bouwkwaliteit van de Norton een ruime voldoende, met extra punten voor de mooi gemaakte bovenkuip en de eigenzinnige voorkant.
Beluister de Livetest als Podcast op Spotify: klik hier op de link naar de aflevering van TestMotor de Podcast.
Licht
De LED-koplampen met lichtgevende strepen en bochtenverlichting ziet er erg cool uit, maar ze zijn niet enorm goed zichtbaar in het verkeer. Dat geldt ook voor de hippe “geen-achterlicht” achterlichten, die in hele kleine knipperlichten zowel het achterlicht, remlicht als knipperlichten samenbrengen, zoals dat bij BMW al langer gebeurt. Als er geremd wordt is het lastig een knipperlicht waar te nemen. Maar ook hier geldt, het ziet er wel cool uit. Er is ook nog een ‘puddle light’ aan boord, maar op een eiland waar het 24 uur per dag licht is, was dit niet waar te nemen.

Ruw
De uitlaat is enorm kort, maar dat komt omdat er onder het motorblok nog een flinke collector hangt. De ophanging van de uitlaat is iets grover dan zou kunnen, ook omdat er grote gaten in de ophangbeugel zitten. Die zijn misschien bedoeld om bagage op het rek of passagierszadel vast te knopen, maar mogelijk ook om bij een later te presenteren model gebruikt te kunnen worden. Het op de Apex-versie aanwezige bagegerek is wat ruw afgewerkt, maar draagt wel bij aan het uiterlijk van de motor en is nog erg handig ook, dus toch wel een aanrader als accessoire op het standaardmodel. Het zadel is gewoon keurig gemaakt, je zit ook na een wat langere motorrit prima op.
Dashboard en elektronica
Het enorme 8 inch TFT touchscreen kleurendashboard is letterlijk en figuurlijk de grote ‘premium’ blikvanger van de Atlas. Alle functies kunnen met handschoenen aan prima bediend worden op het scherm zelf, dat is ook beter want met vette vingers versterk je de spiegeling nog meer. Bediening gaat overigens ook makkelijk met de joystick op de linker stuurhelft, met daaromheen een geinig paars verlicht glaasje. Dat glaasje zit ook op de rechterstuurhelft, dat is wat mysterieus maar blijkt puur geplaatst om het er symmetrisch uit te laten zien. Het fraaie beeldscherm lijkt tijdens het rijden soms zelfs overdreven groot, omdat er dan niet enorm veel op te zien is. Daar komen nog wel widgets voor bijvoorbeeld navigatie en GoPro controle bij via een app, maar die was nog niet werkend te zien.
Via datzelfde scherm zijn vijf riding modes (Urban, Rain, Sport, Tour, Enduro) simpel te kiezen. Elke mode heeft eigen instellingen voor ABS achter & voor, Traction control, motorrem en gasreactie, maar buiten deze vaste keuzes zijn functies niet verder instelbaar. De 6-assige IMU speelt in alles een grote rol, zodat ABS en de traction control ook een bochtenfunctie hebben, net als wheeliecontrol en dynamische cruisecontrol. Voor een motor in deze klasse zijn het dashboard en de aanwezige elektronische veiligheidssystemen bovengemiddeld.
Motorblok
Het 585 cc motorblok van de Norton loopt goed en voorspelbaar, maar is wel heel vlak qua vermogensafgifte. Helemaal laag in de toeren, onder de 3000, bokt het heel licht, maar vanaf zo’n 4000 toeren begint het goed te trekken. Die trekkracht neemt dan rond de 6000 toeren héél licht toe, maar blijft dan bijna gelijk tot zo’n 10.000. Dit zorgt ervoor dat je het liefst rond de 5000 toeren rijdt, omdat daarboven niks extra gebeurt. Dat betekent ook dat je voor inhaalacties altijd terug moet naar lagere versnellingen. De paralleltwin doet alles echt keurig, maar omdat het koppel zo enorm vlak is mis je soms wel een beetje wat extra trekkracht, al is het maar voor de fun ervan.

Zithouding
De zithouding is prima, waarbij je opvallend makkelijk met je voeten bij de grond komt. De windbescherming aan de zijkanten is niet enorm, maar de ruit is goed in zowel de lage als de hoge stand. De constructie van de ruit is technisch prima, maar het is wel onhandig dat je er altijd twee handen voor nodig hebt, waarmee niet te smokkelen is doordat je twee knoppen echt moet indrukken. Net zo’n kleine onhandigheid is de ‘keyless’ sleutel, waarop je altijd een knop moet indrukken, waarvoor je hem toch steeds uit je zak moet vissen.
Schakelen
Schakelen gaat prima, al werkt de standaard quickshifter op de testmotoren nog niet goed en schakelen we die uit om het ‘hikken’ te stoppen. De versnellingsbak zelf is gelukkig juist weer zo goed dat het ook zonder schakelhulp heel makkelijk gaat. De gearing klopt keurig en qua topsnelheid komen we op de teller op maximaal 176 km/u, wat steeds in beeld wordt gebracht als je de motor uitschakelt.
Remmen
Insturen gaat niet supersnel, maar de Atlas is veel stabieler dan je aan de hand van het wat korte uiterlijk zou denken. In lange bochten op hoge snelheid en met veel zijwind blijft motor rustig en strak zijn lijn volgen. Remmen gaat ook keurig, niet te agressief maar ook niet te weinig. De voorvering duikt daarbij best wat, waardoor het doseren soms iets lastiger gaat, maar als geheel is het meer dan goed genoeg in deze klasse.
Vering en banden
De vering komt van KYB en is voornamelijk gericht op straatgebruik, wat goed aansluit bij de banden, die zeker niet tegenvallen. Op de vaak wel erg hobbelige asfaltwegen van IJsland is het comfort van de vering niet enorm, maar lijkt meer op sportief rijden ingesteld. Overigens is de voorvork volledig instelbaar, net als de veervoorspanning van de schokbreker aan de achterkant, maar daar werd niet aan gesleuteld op de testdag. De grip van de Eurogrip banden was op nat asfalt redelijk en op droog asfalt zelfs prima. Voor wie nog nooit van Eurogrip gehoord heeft; het is een Indiaas bandenmerk uit de groep bedrijven rondom TVS zelf.

Offroad
In de offroadstukken sta je op de Atlas als iets langere motorrijden al snel wat voorover, terwijl de mooie glanzende zijkappen van de tank dan opeens wel heel glad zijn. In grote gaten is het einde van het bereik van de vering snel voelbaar, maar over gravelwegen rijdt de Atlas keurig en leuk. Met een set meer op offroad gerichte banden en stroeve ‘stompgrip’ stickers op de tankzijkanten zou de Atlas keurig meekomen op onverharde wegen.
Conclusie
Heel eerlijk bekeken komt de Norton Atlas nu nog wat finesse en misschien ook ervaring tekort om gelijk mee te doen met de topmodellen van de middenklasse in de Europese motormarkt. De Atlas duikt dan ook in een zéér competitief deel van de motormarkt, waar elk detail moet kloppen en elk onderdeel direct op prijs wordt afgerekend. Dat lukt de Atlas Apex wel op een aantal punten, zoals de historische merknaam, rijke uitrusting, het grootste deel van de afwerking, algemene werking en het eigenwijze uiterlijk. Het model biedt daarmee meer dan de zoveelste Aziatische nieuwkomer, wat dan wel weer z’n prijs heeft. Als motorfiets is de Atlas onder de streep een prima middenklasser die niks verkeerd doet, alle moderne elektronica aan boord heeft en gewoon leuk rijdt. Dat maakt de Norton Atlas Apex een prima keuze voor motorrijders die vooral iets anders willen en aangesproken worden door het eigenzinnige uiterlijk en/of de historische Norton merknaam op de tank.
Tekst: Iwan van der Valk. Fotografie: Norton. Video: Norton, Testmotor. Video edit: Reno @ VanDijkMedia.
Technische gegevens 2026 Norton Atlas Apex
| Motor | Vloeistofgekoelde paralleltwin, 270°-krukas, DOHC, 8 kleppen |
| Cilinderinhoud | 585 cc |
| Boring × slag | 78 × 61,2 mm |
| Compressieverhouding | 12,2:1 |
| Vermogen | 70 pk bij 9300 tpm |
| Koppel | 57,5 Nm bij 7300 tpm |
| Brandstofsysteem | Multipoint sequentiële injectie, ride-by-wire |
| Koppeling | Kabelbediende anti-hop/assist-koppeling |
| Versnellingsbak | Zesbak met standaard up/down quickshifter |
| Frame | Stalen buizenframe met motor als dragend deel, gietaluminium achterbrug |
| Vering voor | Volledig instelbare 43 mm KYB upside-down voorvork, 180 mm veerweg |
| Vering achter | KYB monoshock met hydraulische preload-versteller, 180 mm veerweg |
| Remmen voor | Dubbele 310 mm schijven met radiale remklauwen |
| Remmen achter | Enkele 270 mm schijf |
| Bandenmaat voor | 110/80 ZR19 (Eurogrip Explo R Plus) |
| Bandenmaat achter | 150/70-17 (Eurogrip Explo R Plus) |
| Zithoogte | 845 mm |
| Wielbasis | 1465 mm |
| Elektronica | Bosch 6-assige IMU met riding modes (Urban, Rain, Sport, Tour, Enduro), cornering ABS, tractie-/slidecontrole, wheeliecontrole en dynamische cruisecontrol |
| Dashboard | 8-inch TFT-touchscreen met navigatie, wifi, Bluetooth en OTA-updates |
| Tankinhoud | 15,4 liter |
| Gewicht | 201 kilo rijklaar (volle tank); Apex-versie 205 kg |
| Kleuren | Matrix Black en Trophy Silver standaard; Verona Green en Sinopia Orange tegen meerprijs |
| Prijs | € 9.250, Atlas Apex € 10.525. (EU-prijs, nog zonder Nederlandse BPM) |
Motorkleding testrijder: Stadler Free Sport Pro motorjas, Stadler Air Sport Pro motorbroek. Arai RX-7V-EVO helm (design SLGrafics). Motorlaarzen: Dainese Seeker GTX. Handschoenen Lindstrands. motorhandschoenen.



















